103
Zij nam de drie biljetten op, stak ze in een gleuf van haar blouse in haar boezem. Daarna nam zij hem bij ’t blonde haar:
«Ik hou altijd wat ik beloof. Na mijn huwelijk krijg je alles terug en met woeker. . .Kom je op mijn bruiloft?»
«Graag ...»
«Goed . . . Alles blijft tusschen ons Harry ... En alles discreet, hoor . . . Als je mijn vader wat laat merken, is ’t meteen uit. . . ’k Zal ’m zeggen, dat jij ’t me voor hem geleend hebt. . . kom tegen een uur of negen in ’t Panopticum . . . Daar ben ik ook met vader en moeder en Bertels . . . Bonsoir . .
Zij liep het trapje af, schreed, het hoofd op, kalm en majestueus, door den winkel, waar de bedienden en winkeldochters rechtop en stil achter de toonbanken stonden, met verwondering ziende, dat de patroon haar tot aan de voordeur uitgeleide deed.