96
betaald. Hij had in ’toude groote huis in de Kalverstraat een plafond van Fresco en had dat er willen uithalen. Was hem gezegd, dat hij naar den eigenaar moest gaan. Wie was de eigenaar? Harry Hirschfeld. Die had het huis gekocht en twee huizen er naast zonder dat iemand er iets van wist. Maar Hirschfeld had er toch óók geen verdienste aan gehad. Fresco had hem vervolgd, wegens wanbetaling van vierduizend gulden voor geleverden arbeid. Daar zat zijn vrouw achter. Dat meissie van Vlissingen had altijd wat in zich gehad. Hirschfeld was nog géler geworden dan-ie al was, toen hij ’t hem verteld had. En hij zou moeten betalen ... al kon hij ’t proces lang rekken. Tegen een rijk man kan men niet óp-procedeeren. Voor vier jaar zou hij er met een paar honderd gulden af zijn gekomen. Maar een pui en een plafond, geschilderd door den grooten Mantua Fesco kon nu hoog berekend worden. En de pui was al overgeschilderd en het plafond bij de verbouwing aan Nauman voor de waarde van ’t ouwe linnen en het raam verkocht en door die ook al weer en het was niet uit te vinden, waar het beland was.
Hij had Harry Hirschfeld niet eens een kwaad woord durven zeggen, omdat hij hem zijn plafond uit zijn oude groote woning in de Kalverstraat niet wilde afstaan. Want Hirschfeld zou een groot Warenhaus opzetten, vlak tegenover Bartelkamp en Hoenders en hij had hoop, dat hij Molly en Eduard en ook Samuel al, in die zaak geplaatst zou krijgen. Wat wilde hij, de Leeuw ? Een arm man had zijn mond te houden. Hij kon toch niet gaan procedeeren met Hirschfeld om zijn plafond ? Hij had het achtergelaten in ’t huis. Ja, wie kan weten, dat zoo’n paar poppetjes in een blauwe lucht geschilderd, later duizenden waarde zullen krijgen? Het plafond op de groote zaal boven, dat had waarde, dat wist hij, daar waren telkens antiquairs naar komen vragen om het te koopen . . . Maar geen sterveling had hèm ooit wat gezegd over ’t plafond beneden in den winkel, dat hij er had laten schilderen om den armen Fresco wat werk te geven . . .
Ongelukkig was hij en arm. Afgebrand arm. Een oude moeder in huis, vrouw, één dochter op den loop en doodarm, een zoon, die hoogstens bediende kon worden, een dochter,