5i
'nu mijn teekeningen, mijn werk, een deel van mijn ziel, hun •eigendom zou geworden zijn ! Verbeeld je, dat er een rijk man kwam en hij kocht voor tienduizend gulden die teekening, waarop ik je heb voorgesteld geheel naakt, met je beide armen geopend naar ’t raam om de zonnestralen die binnenvallen, te omarmen . . . Hij zou die teekening bij zich in zijn kamer kunnen hangen . . . Hij zou eiken dag naar jou komen kijken, zooals je toen was en daarbij allerlei gedachten van verlangen kunnen hebben . . . Hij zou in zijn geest jou-zelve kunnen bezitten . . . jou meenen gekocht te hebben . . . Maar dat zou prostitutie zijn, die teekeningen te verkoopen ... Ik zou mijzelf verachten . . . Die zijn alleen voor ons . . . voor ons beiden . . . En dan, en dan . . . verbeel je dat die kooper dronken was . . . en thuis kwam en in een overmoedige bui mijn teekening zag en er met zijn vingers langs streek ... of ze bespotte ... of ze van de muur trok en verscheurde . . . mijn teekening, mijn eigendom, mijn ziel verscheuren ! . . .”
Zij leefden weer een paar weken hun onbezorgd leven voort. Maar Treesje, bij elke uitgave, voelde zich angstiger worden, zag de werkelijkheid naderen, vreesde voor ellende, zei het hem schreiend.
Hij wilde weer huisschilder worden. Maar nu raakte zij opgewonden.
,,Wat, haar Mantua, de groote Mantua Fresco, zou weder puien gaan schilderen ? Voelde hij niet, dat dat een beleediging was voor hemzelf en voor haar? Hij, die eens zijn standbeeld zou hebben, midden op zoo’n mooi groen, Parijsch plein, hij die knapper was en grooter dan alle schilders van ’t Louvre en ’t Luxembourg bij elkaar, zou zichzelf verlagen tot zulken arbeid ? Als hij ooit weer een kwast verf tegen een huismuur uitstreek, kon hij er zeker van zijn, haar een uur later in de Morgue te zien liggen.»
€ Maar wat dan !»
«Verkoop je teekeningen. }e moogt ze niet langer bij je houden. Je bent egoïstisch. Je wilt wel de Venus van Milo en La belle ferronnière en Mona Lise in ’t Louvre zien, maar je houdt je eigen werk verborgen voor anderen ...»
«De makers van die werken zijn dood ...»