37
zich, die moeite deden om met haar in aanraking te komen. Maar natuurlijk, die hadden geen kans. Haar Molly was infatsoenlijk. Dat zat er bij haar kinderen, goddank, in. David besefte zijn geluk niet met die dochter. Hij moest maar eens aan die vuile slet van Pannekó uit het steegje denken. Die was er plotseling met zoo’n ouden klatscher van door gegaan naar Parijs en had haar vader laten stikken met een keurig winkeltje, dat hij voor haar had opgezet.
Doch De Leeuw was moede van 't opvoeden. Bijna een kwart eeuw had hij nu voor een zwaar huishouden gezorgd. Nu moest er wat schot in komen.
Eduard moest van ’t gymnasium. Hij kon overdag in de zaak werken en als hij zin had, ’s avonds zichzelf verder ontwikkelen. Met Everdine moest er nu ook gehandeld worden. Of zij moest met Bertus Polak trouwen óf zij moest dezen winter beginnen op te treden. En Molly zou een betrekking zoeken.
Michiel Gazan had er werkelijk lang over gedacht Molly te huwen. Hij voelde zich tot haar lichaam aangetrokken, was zinnelijk verliefd op het mooie, donkere, passioneele meisje. Maar gewoon zich te onderwerpen aan zijn verstand, had hij, na langen tweestrijd, zich teruggetrokken. Hij vond Molly oppervlakkig, leeg en harteloos. Zoo lang hij bij De Leeuw kwam, had hij van haar nooit iets gemerkt, dat haar als vrouw onderscheidde. Zij was uit de hoogte en onbillijk voor de dienstboden en het winkelpersoneel, sprak nooit over andere dingen dan comedie’s, concerten of toilet, had een wreeden geest om ’t belachelijke in andere menschen op te merken.
De sociale beweging begon zich kenbaar te maken door woelingen. P> hadden in ’t Volkspark politie-invasies plaats gehad. Men had het koffiehuis van Penning op ’t Waterlooplein geplunderd, ’s Avonds weerklonk in de Kalverstraat het holle, angstige geroep van colporteurs, die «Recht voor Allen!» uitschreeuwden. Mr. Michiel Gazan sympathiseerde met die beweging. Hij voelde het als het begin van een groote bewustwording, van een ontwaking der verdrukte standen over de geheele beschaafde wereld. De beweging zou in de toekomst minder revolutionnair, minder tot onmiddellijke daden geneigd, worden. Alle groote bewegingen waren zoo verloopen en over