U9
zoo onderworpen bent. Sta maar eens op je stuk . . . dan zal je wel zien, dat ze je met rust laten ...»
<U kunt dat doen. U bent een nicht van den patroon. Maar ik . . . als ik morgen mijn betrekking verlies, sta ik op straat...»
«Dan vindt je wel wat anders en misschien wat beters. Je bent hier nu al bijna een jaar en je hebt het vak al aardig geleerd ...»
Hij voelde alleen de waarheid van die laatste woorden, dat begreep hij. Niet, dat hij dezelfde rechten zou hebben als de anderen. Alle begrip van fierheid was hem vreemd.
«Ik moet nog veel leeren . . . Fransch gaat nu al een beetje . . . maar ziet u . . . ik zou zoo graag- leeren boekhouden ...»
«Goed, dan zal ik je morgen roepen, als ik de kleine avond-kas opmaak ...»
«Dat ken ik al . . . maar ziet u . . . ik zou zoo graag aan de grootc boeken gezet worden ... Ik schrijf mooi en reken secuur . . . Als ik maar eens kon zien, hoe ze ingericht waren. Maar de chef houdt mij altijd op zoo n afstand ...»
Zij dacht na. ’s Avonds werden haar de sleutels van de lessenaars en de brandkast gegeven. Zij kon hem helpen . . . De anderen kregen ook de boeken onder de oogen . . . Waarom hij niet? Als aan zijn zorgen de winkel 's nachts toevertrouwd werd, dan had hij ook wel recht op onderwijs in 't boekhouden.
Voor 't eerst in haar leven week zij van haar strenge principes af, maar zonder dat zij vermoedde, da} zij geen ander toegestaan zou hebben, wat zij Hirschfeld aanbood.
Zij had een dag later, ’s avonds, toen allen weg waren, de brandkast opengemaakt en zij liet Hirschfeld de inrichting van de boeken zien. Zijn oogen dronken de cijfers en de hoofden in. Hij lag 's nachts op bed, herhalend de namen die hij gelezen had, toen hij ze goed in ’t geheugen had. De namen van de fabrikanten, die de waren leverden, de inkoopsprijzen, de rabatten, de winsten. Als de patroon terug kwam, zou die zelf ’s avonds de sleutels weer nemen en dan was het met zijn studie gedaan. Daarom begreep hij, dat hij alle intelligentie moest aanwenden om gebruik van de gelegenheid te maken. En zij, zijn lust en ijver ziende, kreeg steeds meer respect voor hem, voelde als koopvrouw, den grooten koopman die er in hem zat.