Kalverstraat

Titel
Kalverstraat

Jaar
1905

Pagina's
368



IOO

moest al vast beginnen met voorzichtig naar den prijs van 't huis achter het zijne te informeeren.

Zijn hart klopte bij de gedachte aan dien vooruitgang. Een winkel te hebben aan 't Spui, een grooten winkel, doórloopend met het achterhuis aan de Taksteeg, één perceel maar met twee winkels. Dan sneed het mes dubbel!

Juffrouw Vlissingen kwam die week alleen maar s middags even in den ouden winkel, om gauw achter wat eten gereed te maken. En haastig werd gegeten en dadelijk ging ze weer, zooals ze zeide ,,de vuile boel rakkeren, ’t Was een smeerkanis geweest, die ’t huis bewoond had.'' Maar in haar hart had ze pret in dat boenen en zeepen en schrobben. Als ze van boven kwam, waren haar dunne polsjes rauwrood en haar handen waren uitgevreten van ’t zeepwater. Zij rook naar olie en loog. Vlissingen vond dien reuk aangenaam. Dat was een vrouw, de zijne. Dié wist wat werken was. En tevreden met alles. Je moest die vrouwen van de andere winkeliers zien. Die droegen zijden japonnen en lieten zich mevrouw noemen en gingen 's avonds naar de comedies en de concerten. En dat, terwijl hun mannen verkrompen van de zorg. Alles vuurwerk, alles schijnleven, alles naar buiten. Dat kon geen stand houden.

Maar als ze dan ’s avonds, na sluiten, nog wel eens samen ,,ecn hoekje om” gingen, Vlissingen en zijn vrouw, zij in een zwart-serge japon, nauwsluitend om het uitgewerkte lijfje, met een boersch hoedje op 't hoofd, hij in ’t zwart laken met grootc, plompe, zware schoenen aan de voeten en een kleinbollig fantaisiehoedje op, vonden ze het toch prettig, als ze van uit de winkels der groote winkeliers gegroet werden. Een enkele maal had David de Leeuw het echtpaar binnen geroepen, ze boven in de huiskamer ontvangen en ze hadden een glaasje limonade of bier gedronken. Juffrouw Vlissingen werd gestadig door de Leeuw op ironische wijze toegesproken. Maar in haar eenvoud begreep ze dat niet, nam zijn woorden voor ernst op en zeide later tot haar man, dat ze De Leeuw nog wel mocht lijden, al was-ie ook een Jood.

„Dat is een fatsoenlijk man”, meende Vlissingen. „Maar hij heeft óók te veel hooi op zijn vork genomen. Let op, die man houdt het niet.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.