VII.
Het bezoek bij mevrouw den Tiel Haastrecht Ris dien middag, had grooten invloed op zijn verder leven. Want mijnheer had hem zelf aan de deur ontvangen, hem dadelijk naar de groote voorkamer boven geleid, waar mevrouw hem ontving, gekleed in een blauw zijden teagown, het haar naar de mode van den tijd opgemaakt a la Fédora, en toen hij buigend op haar toeging, stak zij hem de hand toe en drukte die met een innig dankje van stille verstandhouding.
Mijnheer was zeer voorkomend en voor Hans nog in een pouffe had plaats gevonden, bracht hij hem het bestelbiijet dat hij ’s morgens op tafel had laten liggen, liet het hem even lezen.
Hans zag dadelijk twee onderstreept. . . . De notaris had dus twee exemplaren tegelijk besteld.
,,Geen woord verder daarover mijnheer . . . mijnheer .. . hoe is toch uw naam?”
,,Wentinck. . . .”
,.Mijnheer Wentinck, geen woord verder daarover. Ik heb voor mijn vrouw en voor mij een luxe exemplaar besteld en daarmede acht ik het geheele incident gesloten. En nu . . . ziet u eens, ik heb u een voorstel te doen. Mijn vrouw zeide mij, dat u zoo gaarne aan het tooneel wilde gaan. ...”
O o