93
hebben, zonder meteen over haar te spreken. Haar beklagen, haar plotseling vertrek betreuren, over haar opoffering voor de zieke schoonmoeder spreken. Ze , werd in stilte verlangd door allen en zelfs die haar het meest benijdden, zouden nu geen enkel woord van afgunst kunnen zeggen, zonder zich zelve te schaden. De wereldsche schijn werd teederkens gedoezeld door de arceering van het plotseling vertrek.
De toestand van douairière de Clermont was inderdaad zeer verergerd. Zij had weder een beroerte gehad, en nu waren niet alleen voeten en handen, maar ook de tong verlamd. Ze kon niet meer spreken, stootte onverstaanbaar geluiden uit.
Daarbij werd zij ongeduldiger, stortte, wanneer niet snel genoeg geraden werd wat ze bedoelde, alles wat in haar nabijheid stond op den grond, zoo als kleine kinderen dat doen, die hun speelgoed van het kin-derstoel-blad wegschuiven.
Do.ch Adriennes geduld was onuitputtelijk. Zij week niet van de zijde der zieke, leefde alleen voor haar. Leonard was al dankbaar, wanneer hij aan het ontbijt of aan het snel afgeloopen diner met zijn vrouw een beetje kon spreken. Alleen ’s avonds, wanneer de zieke ingeslapen was, maakte Adrienne nu en dan met Leonard een wandeling of een rit in de omstreken, reed met hem naar de stad om inkoopen te doen. Zij zat dan stil en vermoeid naast hem in het rijtuig, haar hoofd tegen zijn schouder en zij spraken heel weinig.
„Kindje-lief,” dorst hij eens te zeggen, ,,je eischt te veel van je zelve. Zoolang als ik alleen leed" ....
Zij keek hem even verbaasd aan.
,,Ja, Adrienne ik lijd ook. Dacht je, dat een jong-