doorvliegend, drinkend op de woorden en niet rustend voor zij het slot kende ?”
Het begon hem te hinderen, dat zij in ’t gehee niet op hem lette. Hij deed moeite om ook iets van haar zorgen te genieten. Maar zij bemerkte het niet, leefde uitsluitend voor de zieke, week niet van haar zijde, was onuitputtelijk in ’t vinden van afleiding voor haar schoonmoeder. Zij speelde met haar schaak, hield haar geest bezig door haar belangstelling gaande te houden voor het weeshuis, waarvan zij regentesse was, ging op bezoek bij de familie’s, die mevrouw de Clermont vroeger ondersteund had, en vertelde haar tot in de kleinste bijzonderheden hoe ’t nu stond met de menschen, wat de man deed, wat de vrouw, hoe de kinderen op school het maakten. Zij zorgde voor kleine vriendelijkheden van de zijde der door mevrouw de Clermont beweldadigden. Een schrijnwerker, die zij eens aan voorschot voor gereedschappen had geholpen, zond, daartoe in stilte aangemoedigd en in ’t geheim betaald, een praktisch tafeltje, dat op den ziekenstoel paste, zoodat mevrouw de Clermont ook liggend, zich met een eenvoudig handwerkje of met het bezien van illustratie’s kon bezig houden. Het bestuur van een weldadigheidsbazaar noodigde mevrouw de Clermont uit, ook eenige handwerken in te zenden. En mevrouw de Clermont samen met Adrienne waren dagen achtereen bezig met het haken van eenvoudige handwerkjes, lampekleedjes, kinderschoentjes, winter-mutsjes. Want samengestelde handwerken kon de zieke niet meer maken. Haar handen werden beverig; het begin van de verlamming der vingers.
Maar ook geestelijk ging mevrouw de Clermont