74
credietbrief. Dan gaan wij ons geluk op nieuw beproeven
„Waarachtig niet!” stoof hij op. „Van mijn leven niet meer aan de roulette. Die les van vandaag zal ik onthouden.”
Zij keek pruilend uit het portier van den waggon, antwoordde niets, dacht: morgen is vandaag niet.
En den volgenden morgen, toen de credietbrief werkelijk kwam, en zij samen hem bij een bank gingen verzilveren, stelde zij hem een wandelingetje voor op de Promenade des Anglais. Er stond op den hoek een marchande de piaisir en daaromheen glunderoogden wat arme kinderen.
Zij liep op hen toe, gaf het vrouwtje een frank en zei haar, dat ze de hummeltjes wat moest laten trekken. Of neen .... zij zou voor die jochies den wijzer draaien.
Vijf maal draaide zij den wijzer rond, boven de getallenroos aangebracht op de lange bus. Vier maal bleef de wijzer staan op een hoog nummer, en de marchande gaf vroolijk de verwonderde kinderen een groot stuk nougat.
Leonard was lachend blijven toekijken, vond haar mooi en kinderlijk tegelijk, zooals ze daar stond, even gebogen over de lange bus, met de kinderen verlangend en toch bang naar heur opziende.
Zij gaf een der kinderen, een klein blond meisje, een tikje tegen de wang, lachte het toe en ging weder met Leonard verder.
„Hou jij zoo veel van kinderen?”
„Ik ben er dol op. Mijn geluk zal niet volmaakt zijn voor ik een kind heb. ’t Liefst zou ik een jongen hebben.”