154
volle oogen. En moediger zeide hij spontaan:
,,Ik zou u zoo graag naast mij zien, omdat ik u niet meer zou kunnen missen."
Zij sloeg haar oog onschuldig en vragend naar hem op.
,,Ja . . . . ik heb u lief, ik heb u oprecht lief.”
,,U bent getrouwd mijnheer Hamfoort en u heeft drie kinderen .... en ik ben niet de vrouw om iemands maitresse te worden, wie het ook mocht zijn, al was het de prins zelf.”
,,Dat weet ik”, zeide hij bedrukt.
En hij ging weg van haar, den rug meer neergebogen dan ooit.
Toen zij hem weg zag gaan, voelde zij weder iets, alsof er een vrouw van haar wegging in stede van een man.
Sedert dit gesprek was de verhouding tusschen beiden, waarover aan boord al gemompeld werd, weder zeer vormelijk geworden. Adrienne knoopte de on schuldige beroepsflirtation met den kapitein opnieuw aan. Zij scheen Hamfoort al weder vergeten te hebben en deze bleef haar houding eerbiedigen.
Maar op een avond klopte de stewart aan haar kajuit en overhandigde haar een brief.
Zij ging zitten, sneed de paarse envelloppe rustig met een ivoren vouwbeen open en las de brief. Hamfoort verklaarde daarin, dat hij lang nagedacht had voor hij tot dezen brief kwam. Maar nu niet langer zichzelf dwang kon opleggen. ,,Ik heb u lief, volkomen lief, wist niet wat liefde was, voor ik u kende. Ik begrijp, dat u geen on-maatschappelijke verhouding wenscht, Dat begrijp ik, dat waardeer ik en dat heeft mij u nog meer lief doen krijgen. Want voor een