*53
de incarnatie van een dame van voornamen huize is, Quite English.”
Diep-in lachte in haar een satertje. Dus hield hij haar voor een volkomen lady. ,,Quite English” zooals hij op z’n winkeliersch zei.
„U stelt mij voor een moeielijk geval” antwoordde zij. „Ziet eens, om financieel voordeel behoef ik het niet te doen. Eer- of roemzucht zijn mij geheel vreemd. En ik weet heel goed, dat het leven van een Hollandsche actrice ontzettend veel vraagt van werkkracht, geheugen, lichaamskracht. En dan de critiek! Ik heb mij vroeger als ik de humoristische critieken op acteurs en actrices las dikwijls afgevraagd, waarom die menschen zich dat maar altoos lieten welgevallen, als clowns behandeld te worden en misbruikt om eiken morgen Jan en alleman een ontbijt-pretje te bezorgen, door zich te laten bespotten. En nu zou ik zelve mij overgeven aan de bespotting van zoo’n paar critici?”
Hij had dien dag niet verder aangedrongen. Maar een paar dagen later, toen zij beiden alleen op ’t dek stonden, geleund tegen de verschansing en over het zeevlak turend, begon hij er weer over, dat zij zulk een groote aanwinst voor zijn troupe zou zijn en dat hij aan hare hulp ook bij de keuze en de aankleeding der stukken zooveel zou hebben.
„Maar hoe weet u dat?” vroeg zij.
Hij zeide nu, hoe hij haar sedert het begin van de reis reeds bewonderd had, niet alléén om haar lichamelijke verschijning, maar ook om de wijze waarop zij hare costumes wist te kiezen en te dragen; om haar schoone houding; om haar mooie stem ; om haar ziel-