144
Hij liep onmiddellijk in den val, dien zij voor hem opengezet had.
„Dat helpt u. Dan wil ik mij zeker aan u wijden, want dan is er vooruitzicht. Ik zou u, als u zich voor mijn vennootschap wilde interesseeren, spoedig tot eerste rol kunnen vormen. Ik ben van plan een nieuw gezelschap op te richten. Ik wil Vondel gaan spelen, het Nederlandsche vers weder tot eer brengen. U zoudt mij daarbij ter zijde kunnen staan, met uw talent, dat u onbetwistbaar heeft en uw financiëelen steun. U zoudt voor vijfduizend gulden aandeelen moeten nemen, dan zoudt u bij de rolverdeeling uw eischen kunnen stellen . . . .”
Hij sprak door, sprekend haar opnemend, trachtend haar te doorzien. Zij, binnen-in, dacht: wat ben je dom en leelijk en wat ben je weinig mannelijk om dadelijk op mijn geld af te gaan.
Hij noodigde haar uit bij hem thuis te komen om nader de lessen te bespreken en zij stemde daarin toe.
Toen zij een paar dagen later tegen den avond te Amsterdam hem in zijn woning bezocht, was hij alleen thuis, deed zelf open. Zij werd dadelijk door hem in zijn huiskamer gelaten. Adrienne rondziende, voelde in de kamer den smaak van een vrouw, die veel van Liberty en Engelsch comfort hield. Er stond een groote boekenkast met in turkoois gebonden deelen er in; op de boekenkast geverfde gipsen busten van Dante, Goethe, Schiller, op smakelooze wijze, zoodat zij dadelijk wist, dat wat in die boeken stond niet tot den man kon doorgedrongen zijn, daar hij anders zijn kast niet op die wijze en met zulke grove imitatie’s zou opsieren.