I 10
automobiel voor het hek van de villa pufte, riep Mr. Withworth als een krijgsroep, schertsend naar boven:
„Hurrah . . . . for old Joe .... Hurrah for Cecil The Boers are flying . . . .”
En hij zwaaide met het morgenblad.
Leonard werd bleek.
„Laat je je dat zeggen ....?” riep Adrienne.....
„Vooruit Leonard. Toon dat je Hugenootenbloed hebt... .”
Een paar minuten later zaten ze beiden in de auto en het viertal reed weder naar de speelbank.
„Je kunt nog altijd de twintig duizend francs van de ambuiance wagen; als je ze heelemaal verliest moet je maar rekenen, dat je ze van je eigen kapitaal hebt gegeven. Als je in Holland was gebleven, zou je ze misschien toch gegeven hebben. Wij hebben eigenlijk nog niets voor die arme Boeren gedaan ....’’
De twintig duizend francs hielden een week lang stand tegenover de roodbaaitjes.
Leonard waagde, zonder het aan zijn vrouw te zeggen, zich er voor schamend, dat hij te zwak was om zich tegen de speelwoede te verzetten, de volgende week een nieuw deel van zijn vermogen. Maar het geluk had hem den rug toegekeerd.
„Het is eigenlijk dom van mij om den oorlog ginds, hier op het groene laken mee te strijden. Het is werkelijk kinderachtig. . . .” zeide hij tot Adrienne.
Zij haalde de schouders op.
„De Boeren hebben te weinig geluk. Je zult zien, dat zij het verliezen.”
„Probeer het dan eens bij de tegenpartij ....
„Neen, dat hoeft ook niet. ...” *