111
Hij voelde er reeds iets lafs in, de partij der Boeren te verlaten nu ze verloren. Maar hij beschouwde het als een verraad, naar de tegenpartij over te loopen.
„Ik kan dien heelen oorlog links laten liggen. Ik zal spelen naar mijn ingevingen.” Doch toen hij weer met Withworth aan de speeltafel stond, en deze, als naar gewoonte op rouge zette, dorst hij hem niet te volgen. Leonard zette zijn inzet op noir. Hij won. Bleef volhouden. Won weder. En ’s middags had hij een gedeelte van het verlies der vorige week terug gewonnen.
„Zoodra ik weer quitte gespeeld heb, gaan wij weg Adrienne.”
„Goed Leo-lief.”
In haar zelve wist ze wel, dat hij dan toch weer zijn vroegere winst zou willen terugwinnen.
Gedurende die weken van opwinding en vlot geld verdienen en verliezen voelde Adrienne zich gelukkig; het kwam er nu niet meer op een paar duizend francs meer of minder aan en zij kon zich naar heur gril kleeden. Zij en mevrouw Withworth trachten elkaar te overtreffen door mooie, dure hoeden, kostbare kanten en zijden toiletten. Zij pronkten in de speelzaal tegen elkaar op. Zij konden niet alles opdragen wat ze kochten en trachtten nu ook elkaar de oogen uit te steken door de onverschilligheid, waarmede zij haar kostbare kleederen behandelden.
Zij lachten, wanneer door een bijna opzettelijke beweging, benzine of olie op haar kostbare toiletten stortte, liepen dan vlug in huis, wierpen het bevlekte toilet in een hoek, kwamen een klein poosje later lachend en frisch in een ander toilet terug net als