io8
vreemdeling zijn inzet terug en verbood meteen den croupiers andere termen dan de gewone te gebruiken of te erkennen.
Tusschen Withworth en Leonard bleef intusschen het stille gevecht voortduren. Na een maand zei Leonard verheugd tot Adrienne, dat hij ruim vijftig duizend francs op de roodbaaitjes veroverd had.
„Willen wij nu weg gaan?” vroeg hij, in zijn hart hopende dat zij weigeren zou.
„Maar Leonard, hoe kan je daaraan denken? Dat zou immers ontrouw zijn aan ons vaandel. Weet je wat we moesten doen ? Wij moesten tienduizend francs sturen naar het Hollandsche Roodekruis-comité. „Toe Lco-lief doe dat en weet je wat heerlijk zou zijn .... als je ook tien duizend francs voor het Engelsche Roodekruis gaf.... dat zou zoo voornaam staan.... Kom, het is immers toch maar gewonnen geld . . . . ons eigen kapitaal wordt er niet minder door” ....
Leonard stemde wat onwillig toe.
Adrienne kuste hem warm en hartstochtelijk, toen hij haar dat geld gaf.
„Die arme gew'onden en die ongelukkige vrouwen en kinderen,” zei ze met vochtige oogen. „Wij weten wat ziek zijn is, nietwaar Leo-lief?"
En weer kuste zij hem innig. En hij gaf haar de kussen met warmte terug, aan zijn teerhartige, gevoelige, dappere vrouw, en herinnerde zich weer, w'at ze aan het ziekbed van zijn moeder geweest was.
Ze ging verheugd naar beneden, snelde naar mevrouw Withworth.
„Mijn Leo is toch zoo een goede vent,” zei ze. „Hij heeft mij twintig duizend francs gegeven voor