IX.
Ze waren beiden zoo spoedig het maar even ging, naar Frankrijk gereisd. Ofschoon Leonard innig veel van zijn moeder had gehouden, was zijn droefenis over haar verscheiden niet al te groot. Integendeel, hoewel hij er zich tegen verzette, was er iets in hem, dat hem het sterven van zijn moeder als een verlichting deed gevoelen. Als of de afstand die tusschen hem en zijn vrouw nog altijd bestond, door haar vergroot was en het hem nu mogelijk zou worden Adrienne dichter aan zich te binden, geheel voor zich te winnen.
Zij droeg zware rouw. Dat hinderde Leo. Zoo gekleed konden zij zich niet geheel aan hun vermaak en verzet overgeven.
„Kom lieve .... je moest nu die rouw maar afleggen.”
„Maar Leonard, heb je je mama zoo gauw vergeten ?”
„Neen, niet vergeten, maar mij dunkt, zij zelve zou nooit gewild hebben, dat wij ons zoo veel geweld aandeden. Zij is nu gestorven .... dat is erg smartelijk .... maar het leven heeft ook zijn rechten. Jij hebt je toch al tijdens haar ziekte veel te veel opgeofferd. Ik heb mij vaak verbaasd, hoe je dat hebt kunnen doorstaan zonder ziek te worden .... Kom, kleed je wat vroolijker . . . .”