Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



258

De leeren mouwtjes gingen uit; de hooge laarzen werden weggeborgen. Met groene zeep en putsen zoet water gingen de visschers zich wasschen. Er was nu zoet water in overvloed. En daarna gingen ze naar beneden, trokken schoone keezjakken aan, zetten nieuwe petten op — alleen de schipper droeg een fantasie-hoedje. Herman maakte ook toilet; hij trok zijn kort soldatenbroekje en zijn blauwe trui uit en gaf de blauwe slaapmuts aan den schipper terug.

„Heb je een spiegel, schipper?”

De schipper gaf Herman een spiegeltje.

„Wat, ben ik dat?”

Herman begon te lachen. Hij had in vijf weken niet in een spiegel gekeken.

Hoe kon men zóó veranderen. Zijn gezicht was dik, vol, rond, blozend geworden ; zijn bolle wangen waren gebruind door de zon. Maar het vroolijkste maakte hem zijn baard. Hij had een vollen baard gekregen — een zachte, donkere omlijsting van zijn gelaat. En hij vond, dat het hem goed stond en lachte en was gelukkig.

Toen trok hij zijn eigen, modern costuum aan. Maar hij kon het vest niet dichtkrijgen en het jacquet zat hem zóó gespannen, dat hij vreesde dat het zou uit elkaar scheuren.

„Je bent dik geworden, Cheffie !”

„Allemaal van de beschuit en de erwten, Kokkie !”

Herman trok zijn Engelsch hemd aan, haalde uit zijn koffertje een hoogen boord, een paar manchetten. Welk een genot zijn das te kunnen knoopen. Hij had zich in zijn verbeelding zijn gelaat bleek, vermagerd voorgesteld. Maar hij was tegen de ontberingen ing&-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.