Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



256

Daar waren de phalanxen van wilde eenden en enkele ooievaars en heele zwermen zwaluwen, die met den herfst wegtrokken naar de landen van het Zuiden.

Tegen den middag kwamen ze dichter bij ’t land. En de schipper herkende nu de twee vuurtorens van IJmuiden. En Herman, aan niets denkend dan aan ’t land, zag uit de blauwe wade zachtjes de ruige duinen en het blonde, gele, vlakke strand er voor, zich losmaken. Hij wou wel springen en zingen en luid en uitbundig zijn van vreugde.

„Komen we er nog van avond, schipper?”

„Daar weet ik niet veel van, dat moet je aan den wind vragen, Cheffie?”

„Ben je kwaad, schipper?”

„Neen, dat niet, maar heb je het nou zóó slecht bij ons gehad?”

„Neen, heelemaal niet. Waarom dat?”

„Je bent zoo blij.”

„Maar beste schipper, daar ligt het land, de kust, de duinen.”

De schipper was een beetje verstoord.

Maar Herman droomde van Amsterdam, dat nu zoo dichtbij was. Hij verlangde naar de nauwe straten, naar het goudgele licht van de avondwinkels, naar de breede statigheid der voornaame grachten.

„Als ik hier over boord sprong, zou ik dan naar land kunnen zwemmen?”

De schipper begon te lachen. „Denk je daarover? Ik zal je nog op ’t dek moeten binden.”

Herman bleef naar ’t land turen — tegen den avond kwamen ze tot Scheveningen. Ze zagen op het 6trand heel klein de menschen en de strandstoelen en

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.