235
vorming. Als hij hier bij dezen schipper met zijn in-nigen drang om te weten en te begrijpen, met zijn vlug, open hoofd en zijn tevredenheid met zijn hard lot, ook maar iets over het socialisme sprak, zou het niet als een lont in het vuur zijn en den man ongelukkig, ontevreden maken, voor het leven een martelaar, zooals er zoovel en duizenden onder de armeren in deze tijden onbewuste martelaars zijn, de weinige levensvreugde van ’t oogenblik, nog norsch verwerpend voor dat schoone in hun hoofd: vrijheid, gelijkheid, levensgenot voor allen. Want er broeide in de harten van al deze visschers wat; ondanks hun steevast bij-belgeloof, was de ontevredenheid met het harde lot ontkiemd en de rijkdom was niet geheel meer het abstracte begrip, dat het voor hun grootvaders en vaders geweest was.
De schipper had een blad papier genomen en begon zijn brief langzaam te schrijven:
„Deze is dienende UEd. te berichten als dat de vangst negentig kantjes bedraagt. Zaterdagnacht is een ongeluk gebeurd, doordat de jongste door het uit de kluis slaan van de reep jammerlijk verdronk, daar alle pogingen tot redding vergeefs waren. Onze passagier, die meekomt, zal alles wel vertellen, eu licht u de moeder in.
Uw. dienaar.”
De brief werd dichtgemaakt en ze gingen samen naar dek.
„Het schip is uit zicht”, zei Aai. „We konden hem