233
„Jelui zijn best voor mij, schipper. Maar zie je, aan den wal. . .
„’kZal wel eens uitkijken. Wees maar gerust. Hier heb je het journaal — daar moet ik eiken dag inschrijven, wat er gebeurd is.”
Het was een net gebonden boek, van binnen gedrukt, in rubrieken verdeeld, met opschriften, waaronder de schipper alleen de vangst, de lengte- en breedtegraad, den wind, de kleur der zee en de naam der gepraaide schepen had in te vullen. Achteraan was een rubriek voor bijzondere opmerkingen.
De schipper ging dicht over het boek gebogen zitten en ’t hoofd schuin, vulde hij de rubrieken der twee laatste dagen in.
Journaal van de „ Jeannette”.
Datum. Lengte-enbreedtegr. Wind. j Kleur der Zee. I Vangst.; Aanmerkingen.
......Oct. 54° 32’ N.B. 2o 00’ OL N.W. Sterk groen. 4()kantj. Het was te veel
j 6 vol. , bries om te halen,
4 iel. 'maar doordat er een 30 vrak. ton in de vleet was, j moeste)i wy halen en
doordat de reep uit j de kluis sloeg door
de hooggaande zee, viel onze jongste { : | ! overboord en ver
dronk jammerlijk • | daar al onze midde
len tot redding te
| | j .vergeefs waren.
De schipper schreef zijn aanmerking zonder een enkele taalfout.
„Dat is knap”, zei Herman, „daar is geen fout in.” „Die oude stuurman had schik in mij. Hij wou mij ook nog lengte-maat leeren nemen — maar ’k moest uitzeilen, ’k Heb er veel spijt van, dat ik niet meer