Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



232

journaal, pen en inkt.

„’tls niet op eigen roem gezeid, maar ik kan een mooien brief schrijven. Dat heb ik geleerd bij een ouden stuurman in Vlaardingen. Als de haringvisscherij is afgeloopen, moet het schip voor de beug x) klaargemaakt worden. Dan worden de luiken weggenomen en de beschotten van de ruimen, tot je midden in ’t schip een grooten bak krijgt, de ben. En die staat vol zeewater, doordat de wanden van het schip vol gaten zijn geboord, die nu met houte pinnen dicht zitten. -En daar zwemt ’s winters de levende kabeljauw en schelvisch in — een pracht van een gezicht zoo’n levende kabeljauw, ’s Winters maken we reisjes, die maar veertien dagen duren; als ’t zoo voortgaat als nou, kunnen we deze reis weleens zes of tien weken blijven zwalken, Cheffie.”

„Tien weken?” riep Herman uit. Hij had voortdurend al een verlangen naar wal, naar huis, onderdrukt. Tien weken — waarvan er slechts ruim één verstreken was — tien dagen, waarin hij al zooveel doorstaan had.

„Valt je dat zoo tegen. Heb je ’t hier niet goed bij ons?”

„Best, schipper. Je bent een trouwe kerel en de bemanning bevalt mij ook. Maar ik wou toch liever al maar weer thuis zijn!”

De schipper peinsde na.

„Wat ik meeneem wil ik graag thuis brengen, ’k had je graag aan boord gehouden. Maar als ’t moet en je wilt met alle geweld weg, dan kan je misschien met den brief weg. Dan zetten we je over op een thuiszeiler.”

1) beug - kabeljauw en sehelvisch-visscberjj.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.