Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



229

„Maar eerst de kinderen, er is een zuigeling bij!”, riep ze.

Ze hadden aan de tjalk aan onze lijn een lijn, van hen gebonden en trokken nu het touw weer aan boord en honden de zuigeling er aan. De moeder stond naast me te huilen. We haalden het kind met een ruk door het water aan boord. Het gaf geen teeken van leven meer en de vrouw jammerde vreeselijk. Wij stonden met z’11 allen in beraad; maar ik nam die kleine zwabber en gaf ’m een pak op zijn bloote billen — daar zette-ie opeens een keel op, om te schrikken.”

„Wat schreeuwt leeft”, zei ik, en reikte de vrouw d’er presentje over.

Zoo haalden wij de drie andere kinderen, de kapitein en de kok over. De stuurman bleef ’t laatst aan boord en liet ons met de lijn eerst een kissie met waarde, toen wat kleertjes van de kinderen overtrekken, en daar was het pannetje ook bij. Daarna kwam ie zelf — een kwartier later zagen wij de tjalk voor onze oogen zinken.

De kapitein — Wijnstok heette hij — vertelde dat hij uit Groningen kwam; door de liooge zee was zijn lading naar één kant geschoven, hij was zijn schip niet meer meester gebleven, zijn roer was stukgeslagen en hij had al een dag rondgedreven.

Dat was nou een gevalletje aan boord, Cheffie; de kapitein en twee man waren wel te bergen in ’t vooronder. Maar de vrouw en de vier kinderen niet; en de vrouw was van den schrik d’er zog kwijt geraakt en de zuigeling lag van honger te schreeuwen, ’t Was een mooi, dik kind; je kondt het aanzien, dat ’t een Greuninger was!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.