Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



227

en ’t werd hem vol erwtensoep uit 't vooronder aangegeven. Hij ging naar de vlotenkist en at het pannetje leeg. Dan naar de kap voor terugloopend vroeg hij : „Is er nog een beetje, Kokkie?”

Er ging beneden een gelach op. En Kokkie, met een goedige grijns, hem zijn vol pannetje weer naar boven aanreikend:

„Dat smaakt hè. ’t Is niet op eigen roem gezeid, maar tegen mij koken ze zoo gauw niet op. ’t Is best eten.”

En Herman voor zijn pannetje op de vlotenbank, voelde zich gelukkig. Hij voelde zijn lichaam sterk en gezond en hij snoof de milde, zacht-zilte zeelucht op en keek over de kalme, wijde zee, naar den teer blauwen einder. De zon speelde in de ^bolle zeilen, het dek was helder — het was Zondag aan boord, er was daar iets van wijding en heiliging en rust.

De schipper en de kok en de twee jongens kwamen boven; de anderen deden beneden in de kooi een middagslaapje. De jongens hielpen den kok bij ’tschoon-wasschen van den soepketel en de eettroggen en gingen dan haring schoonmaken.

Daarna kwamen de kok en de schipper bij Herman zitten.

„Je hebt ’m geraakt, mijnheer. Was het spek je te vet? Dat glijdt er bij mij wel door”, en de kok at het stuk spek op, dat hij in ’t pannetje had overgelaten.

„Dat pannetje heit een geschiedenis, Cheffie” zei de schipper. „Want dat hoort eigenlijk niet op ’t schip, ’t Is van de redding.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.