Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



224

„Moet je niet meebidden, Klaas?”

„’kHeb de wacht, mijnheer. Maar ’k hoor het hier toch wel.”

Uit het vooronder galmde weer het gezang der schippers en weerklonk over de zee. Klaas neuriede in zichzelf en galmde mee.

„Kijk je eens voor mij uit, mijnheer. Dan kan ik net nog even meedoen.”

Herman knikte, bleef staan, leunend tegen de verschansing, en Klaas ging naar ’t vooronder en half in de kap zittend zong hij, met zijn hoofd boven het luik, het gezang mede met een grove, diepe basstem, die Herman langs de ijzeren verschansing voelde trillen. Daarna zijn handen vouwend en zijn oogen sluitend, zijn hoofd schuin naar beneden om goed te hooren, prevelend met zijn lippen, bad hij ’t gebed mede, dat de schipper in de donkere, warme roef opzegde.

De visschers kwamen weer boven; ze waren allen stil, gedrukt, nog in de stemming.

Piet ging in de kajuit achter en kwam terug met een flesch brandewijn, met een glaasje en een blikken trommel.

„Bezaanschoot an!”

De visschers kwamen naar de kajuitskap.

„Ook een droppie, Cheffie?” vroeg do schipper.

Herman knikte. Hij kreeg 'teerst een glaasje; dan dronk elk zijn oorlam.

„En nou ’t Zondagspruimpje!” Piet deed de blikken trommel open met koekjes.

„Fijnste allerhande”, zei Piet, Herman de open trommel aanbiedend. Herman nam er een koekje uit, de visschers kregen elk een paar koekjes.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.