222
van een kale, grijze, protestantsche kerk. En Herman vond dat deze godsdienst paste bij deze eenvoudige menschen met hun zwaar, sober leven. In hun leven behoorden gevoel van zondigheid en schuld en boete en rouw, voor hen wras die bijbel en zijn leer tastbare waarheid — was hun leven niet een straf, een aaneenschakeling van harde, sombere momenten ?
De schipper las het hoofdstuk uit, dicht voorovergebogen. Een vale lichtstreep viel langs zijn gelaat, van boven door de matten patentglazen in de zoldering. Vervolgens nam hij de „Godvreezende Zeeman,” betreffende Lukas 13 vers 5, Gods roepende stem tot medelijden met de ongevallen die anderen overkomen, met de weezen en weduwen.”
En hij las een lang hoofdstuk voor, breedsprakig, herhalend, theologie voor iemand met een witte das en een galmend geluid — maar de visschers, die wisten wat een ongeval en wat een wees en een weduwe was, luisterden eerbiedig zwijgend, naar de stem van den schipper, die eenvoudig weg, maar met nadruk de preek oplas, verkeerd accentueerend, verkeerd den bouw der langdradige zinnen afbrekend. Doch dat boek was hun heilig en wat er in stond, of ze ’t dan ook niet begrepen, was goed, omdat het hun goed deed, hun een gevoel van troost en van berusting gaf. En dan na de preek, las de schipper nog een bijbeltekst, waarin over het verachtelijke der stoffelijke rijkdommen werd gesproken, en van de slechte rijken, wier beenderen zouden rotten en wier lichamen vergaan.
En ze hoorden toe, aandachtig, gelukkig, nü tevreden, zelve niet tot die rijken te behooren, maar tot