Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



220

van der Velden en niemand anders. Die heit zoo’n klein stagfokkie met een stuk er in.”

Na een kwartier nam de schipper den kijker en tuurde nogmaals naar ’t schip.

„Nou, of ik het goed had. ’t Is de Groen van Prin-sterer, van Van Dam. Kijk zelf maar.”

Piet nam den kijker. „Je hebt gelijk. Die is ook al lang weg. Die is vier weken vóór ons uitgezeild.” „Een thuiszeiler aan stuurboord!” riep de schipper. Een logger, met alle zeilen op, stevende zuid-ooste-lijk naar de kustzijde.

„Geef je die den brief mee, schipper?”

„Neen, ’t is een bovenlander uit Emden. Dat zie ik aan zijn zeilen.”

„Dienst!” riep de schipper en hij ging de kap van ’t vooronder in. Herman wachtte tot de mannen beneden waren en volgde dan. In het vage licht zaten ze met de hoofddeksels af om het kombuis, waar de soep op te koken stond in een groote koperen pan. Ze zaten laag in het half donker met de groote lichamen gedrongen. Het was er stikkend warm. Herman ging vlak boven de opening van het luik zitten, recht tegenover den schipper, die aan ’t andere eind van de halfdonkere ruimte zat. Naast Herman zaten Maarten en Jan, samen met één gezangboek.

De schipper vouwde de handen, sloot de oogen en dan met plechtige stem, wachtend na elk woord, zei liij een gebed op. De anderen, gebogen, de oogen gesloten, zaten stil in de warmte en bedomptheid.

Daarna zei de schipper Psalm 42, en het eerste couplet voorlezend, langzaam, met nadruk op elk woord :

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.