216
de millioenen, die de Staat uitgeeft voor de opleidiug van doctoren en pharmaceuten en vermoedde, dat men de apotheek aan boord van de visschersvaartuigen wel eens zou moderniseeren, zoodra de geleerde wereld tijd zou vinden om te denken aan de aanbeveling van een kist met verbandwatten en linnen. Wellicht — aldus dacht bij — gevoelt te een of anderen tijd een docter zelfs roeping, den schippers cenige aanwijzing te geven omtrent de eerste hulp bij ongevallen; want er was geen stukje verbandstof aan boord en geen van de bemanning had eenig begrip van de beginselen der geneeskunde.
Herman besloot, tot de wonderolie zijn toevlucht te nemen en slikte er een lepel van op. Dien avond richtte Cheftie zijn gangen herhaaldelijk naar het „tonnetje” dat op het dek stond tegen de kribben aan en welks gebruik vooral bij onstuimig weer, veel oefening in de evenwichtskunst eischte. Herman verheugde zich dien avond tijdens en voor deze evoluties in de belangstelling van de geheele bemanning der Jeannette, die altijd een nieuw vermaak vond, zoowel in de uitwerking der apotheek, als in Herman’s bleekheid.
Er werd dien avond — het was Zaterdagavond — geen vleet geschoten. Want den volgenden dag was het rustdag en hoewel het uitnemend weer was om te vis-schen, werden geen netten uitgezet. Het zeil aan de fok en de bezaanschoot waren gelieschen en geheel gereefd. Toen men de veertig kantjes dichtgekuipt had en in ’t ruim had gestouwd, werden geen nieuwe leege tonnen op dek gehaald. Maar men maakte schoon schip voor Zondag. De breeltjes werden netjes in de krebben