Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



214

waar zou de zieke moeten liggen ? In het nauwe, stinkende kooitje?

„Kok te vier. Kantjes dichtmaken!” riep Maarten in ’t vooronder.

De visschers kwamen boven, loom, traag, gedrukt na het middagslaapje. De schipper kwam uit het kajuitje en zag Herman liggen.

„Ben je nou weer zeeziek, Cheffie? En dat bij zoo’n zeetje? Ze is zoo kalm als een lioffie!”

„O,schipper, ’k heb zoo’n maagpijn”, kreunde Herman.

„Heb je niets gegeten?”

„Ja, ja”, kreunde Herman, „te veel; ’k heb drie scheepskaken op.”

De schipper begon te lachen. „Wat een stuk werk is dat, Cheffie. Heb je te veel gegeten? Dat is een gezonde ziekte. Drie kaken... aclitermalkaar?”

„Ja”, kreunde Herman.

„Je eet ons arm — als ik nog zoo’n passagiertje er bij krijg, moet ik er victualie op koopen. Drie kaken — zoo droog?”

„Met een beetje bier. Weet je er geen middel tegen? O, o, mijn maag!”

„Kom maar eens beneden. Dan zullen we in de zalfkist kijken.”

Herman ging mee in ’t kajuitje. Daar haalde de schipper uit het kastj e achter de trap een groote lade in hokjes verdeeld, die naar artsenij rook — een geur als in een apothekerswinkel. Herman herademde en voelde zich al dadelijk veel beter. Want hij was meer ziek door de vrees zonder geneesmiddelen te zijn, dan door de maagoverlading zelve.

„Hier, zoek maar zelf uit; daar heb je het pampier-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.