Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



201

„Je doet het vlugger dan Gerrit, schipper.”

„Niks vlugger, mijnheer”, antwoordde de schipper verstoord, „’t Was een heste jongen; hij kaakte tegen iedereen op — maar hij was ziek, daarom kon-ie niet voort, ’t Was een beste, beste jongen.”

„Dat was-ie zeker”, zei de kok.

De meeuwen vlogen weer krijschend in groote kringen om ’t schip, azend op de ingewanden, die over boord werden gegooid. Ook de groote hillegonda’s zwommen weer rond de Jeannette en doken er onder door.

Jacob zag naar de zwenkende vogels en zag er een grooter dan de anderen, met zwarte vlerken.

„Garrat — Garrrat — Garrrat” — krijschte de vogel.

„Hij roept ’in,” zei de schipper.

Herman luisterde toe. En nu hoorde hij in het krijschen van den vogel duidelijk : Gerrrit — Gerrit.

„Dat is een Gerrit, mijnheer”, zei Jan, en toen Herman hem aan bleef kijken, „zoo noemen wij die vogels. Ze heeten „Gerritten.”

Herman deed dat krijschen zeer. Hij wendde zich af van den vogel en keek naar het kaken.

„Wat is dat voor een visch, Willem?”

Tusschen de haring, in het mandje van Willem, lag een visch, ter lengte van een haring. Maar hij had een dikken, grooten kop, een wijde bek en twee groote blauw bewaasde, uitpuilende oogen. Zijn huik was geheel wit en de rugvin stond rechtop als een drakenvleugel.

„Dat, een marsbanker, mijnheer. Die is in de vleet verward geraakt. Dat is een menschenvreter ; zij zeg-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.