199
dan doet de dominee het zelf. Dan komt-ie in ’t zwart met een hoogen hoed op en dan zeit-ie het heel voorzichtig en geeft er een troost bij uit de Schrift. Maar dat helpt niet veel; want hij komt alleen bij ons menschen als er zóó wat te zeggen is. En als de vrouwen ’m zien aankomen in zijn zwart pak, dan besterven ze het al van schrik en dan weten ze al hoe laat het is. Maar Gerrit was uit Middelbands en hoe ’t daar gaat weet ik niet.”
Jan, die met het waterketeltje van ’t voordek aankwam om ’t naar de kajuit te brengen, begon te huilen toen hij Herman zag.
„’tls droevig, mijnheer. E11 zijn moeder, hij hield zoo van ’r” .... hij snikte weer en veegde met den rug van zijn hand langs zijn oogen.
„De koffie is klaar,” riep men van achter. De vis-schers, loom, moe, gedrukt, liepen naar de kaakton en gingen dan naar ’t vooronder om te ontbijten.
„Ga je mee, Cheffie, een bakkie troost drinken?”
Herman ging met den schipper en den stuurman naar de kajuit en daar tegenover elkaar zittend, rond het kleine tafeltje, dronken ze alle drie een kop koffie met chocolade en brokkelden er de beschuit in om ze te weeken. Er werd geen woord gesproken; men ontweek elkaar’s oogen, alsof er een misdaad gebeurd was. Eindelijk de schipper:
„Als ’tniet doelloos geweest was, had ik ’m nagesprongen, maar de zee was te hol, je hadt niets kunnen uitrichten.”
Weer werd er gezwegen en de drie aten stil voort Herman ging naar boven.