Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



184

Jan at met zijn beide handen tegelijk. Maar Gerrit, stil, grommend van genot, was hem nog de baas. Zijn oog was niet van de braadpan af, twee gulzige, grijze oogen, die eiken haring, die uit de pan genomen werd door de anderen, nazag als ging die van zijn deel.

„Lus je al niet meer ?” vroeg hij aan Herman, die het erg benauwd had in die warmte. „Zal ik het maar leegeten ?”

Herman gaf hem de kom met de halve haring, die hij had overgelaten.

Men had den arbeid van den dag vergeten in het warme roefje, waar zoo lekker gesmuld werd. De rust deed hun weldadig aan. En hun moegewerkte, gezonde lijven, hun sterke magen, graag door de zeelucht, deden ze te goed met de visch, die ze zelf gevangen hadden en dan met de rijst, tot ze niet meer konden.

„Danken mannen !” beval de schipper.

De petten en zuidwesters gingen af; de handen werden gevouwen, de oogen gesloten. En de schipper, plechtig bij elk woord rustende, sprak een dankgebed uit.

Toen tot Cheffie :

„Nou, we zullen de vredevlag maar laten waaien.”

Cheffie klom naar boven; enkele visschers volgden hem. O, het was buiten prachtig, de zoele frisclite van den zeewind woei om hem heen, toen hij van uit de benauwenis in de roef, boven kwam. En de lucht met een heldere maan was klaar, diepviolet blauw en de melkweg met zijn duizende sterren en de vaste figuren van de Groote Beer en de Pegasus

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.