Het was een verscli opengeslagen ton; de kaak was broos, weldoorbakken en smaakte naar maïsmeel. En met gezonden honger zijn beseb uit opknabbelend die hem heerlijk smaakte, ging hij bij de kakers staan.
Zij werkten ze voort, mokkend, stil, moe, machinaal drie uren achtereen. Rond het schip vlogen tientallen meeuwen, die telkens zich als kleine, lichte zwaantjes op de golven zetten en op de golven dansten. Als een mand met ingewand vol was, stortte Aai ze overboord. Dan vlogen de meeuwen er op aan en met de lange neb-snavels in ’t water duikend, pikten ze de ingewanden op en slokten ze in, of zwenkten, breed op de wijdgespreide vleugels, er mede weg. Enkelen heten een krijschend geluid hooren en dan zwenkten er van verre nieuwe scharen aan. Herman vond er genot in, de slanke lijnen te volgen, die de blanke vogels in de lucht beschreven; en de koepel was open, hel blauw met kleine groepjes dichtgedofte, zilveren schaapjeswolken, die malkaar opstuwden.
Het zeevlak was donkergroen, kalm, wijd, effen, als een groot meer. En de wind was uit het zuiden, zacht fluweelig warm langs zijn wangen.
Plotseling, dicht bij het schip, hoorde hij een blazend proesten en daarna zag hij den glimmend zwarten bek van een reuzenvisch opsteken, die weer wegdook. Een breede, zwarte, gladde, glanzende rug, zoo dik als van een groot paard, kwam even boven het water uit en wegglijdend in het groen, met een slanke vaart, sloeg even de vin van een zwarten staart omhoog.
„Wat is dat, schipper ?”
„Een blazer, Chefffie. Wij noemen ze ook hilletjes — ze heeten Hillegondas. Ze azen op de haring, die