Arion en de Visschers.
Een fantasmagorie.
Voorspel.
Nementos, Corinthisch kapitein : Matrozen komt hier en steekt de hoofden dicht bij elkaar. Er is een rijk man aan boord.
De matrozen: Leve Nementos!
Nementos: Gij zijt arm, doodarm mannen ; gij arbeidt hard in velerlei gevaren. Uwe bruidjes dragen allen onder den sluier met oranje-bloesem reeds de weduwenkap. Er is een rijkaard aan boord.
Ie Matroos: Laat ons hem*vleien; wellicht schenkt hij wat.
‘2e Matroos: Roemen wij hem kunstenaar.
3e Matroos: Wij zullen hem godenzoon noemen.
4e Matroos: De edelmoedigheid wilde zich spiegelen; zij schiep hem.
5e Matroos: De rijke kan niet zondigen.
6e Matroos: Mijn arm is sterk ik bied hem ter zijner hulpe.
7e Matroos: Mijn zoon worde zijn slaaf.