153
lettend op het daagsche gangetje aan boord en vooral trof hem het verhaal van Arion van Methymna, een groot citherspeler, dichter en zanger, vinder van den dithyrambos.
„Zij /.eggen, dat deze Arion, toen hij geruimen tijd bij Periander had doorgebracht, verlangde te reizen naar Italië en Sicilië en daar veel geld verdiend hebbend, weder naar Corinthus terug wilde keeren. Hij ging dan uit van Tarentum en daar hij niemand meer vertrouwde dan de Corinthiërs, huurde hij een schip met Corinthische bemanning; deze maakte echter op zee het plan Arion over boord te werpen en zijn geld te stelen; hij echter, dit bemerkend, smeekte hen terwijl hij hun zijn geld aanbood, doch om zijn leven bad. Hij overreedde hen echter daarmee niet, doch de scheepslieden bevalen hem, of zichzelf te dooden, opdat hij een graf aan land zou krijgen, of zoo spoedig mogelijk in zee te springen. Arion, tot het uiterste gebracht, smeekte hen toen, daar het door hen nu eenmaal zoo besloten was, hem toe te staan, dat hij in volle feestgewaad, staande op het achterschip zingen zou; als hij gezongen had, beloofde hij, zou hij zich ombrengen. En zij, want hun kwam de lust, bij het vooruitzicht den besten zanger der menschen te kunnen hooren, weken van den achtersteven naar het midden van het schip. Hij toen, zijn volle gewaad aangetrokken en zijn citlier genomen hebbend, ging op de roeibanken staan en zong den ortischen nomos geheel door en na het einde van de wijze wierp hij zich in zee, zooals hij was, met zijn gewaad.” 1)
Herman keek op — de zon was gestorven; de sfeer
(1) Vertaling van Ch. M. van Deventer.