Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



137

„Wij moesten de beugels ook maar op de luiken doen,” zei de schipper.

Het was harder beginnen te waaien en de lucht, nu donker, was zwaar van wolken, die langs de maan voeren.

Piet ging nu ook naar huneden om te eten.

De schipper zat naast Herman op de vlotenkist en keek Piet 11a.

„Het volk beeft bet makkelijk. Die doen hun werk en gaan eten. Maar ik ben voor alles verantwoordelijk : ik heb geen rust in mijn lijf . . . Weet je wel, Oheffie, dat met èén slag mijn reep kan breken en dan worden je netten uit elkaar geslagen en je bobt vijftienduizend guldens schade. Wat moet je dan aan je boekhouder zeggen? Zij weten, dat je’t niet helpen kan — maar liet doet je toch geen goed ongelukkig te varen. En ik kan liet waarachtig niet helpen, dat die lamme barometer achteruit kaaiert.”

„Kom je eten, schipper!’' riep Willem uit het vooronder.

„Nee, mijn maag is van streek”, riep bij terug. E11 dan tot Herman :

,JCk kan niet eten, Oheffie. Als de zaken niet gaan zooals ze gaan moeten, kan ik geen brok door mijn keel krijgen. Dan zit bet me bier tot aan mijn stropdas. Ik ga naar mijn kooi.”

„Je gaat bidden ?” raadde Herman.

„Als er Een helpen kan, Cheffin,” zei bij ernstig, „dan is bet de Almachtige. Slaap wel.”

En hij ging naar beneden in ’t vooronder.

Herman was een oogenblik alleen op het dek. Dat was nu mooi in de halve duisternis met bet blanke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.