Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



134

Herman zag in zee langs de reeks der breeltjes die een langen weg in zee vormden en op geregelde afstanden op de golven dansten. Maar het eerste joon met het vlaggetje kon hij niet meer zien.

„’t Is het laatste kwartier, Cheffie.”

Gat aan gat,

Nog drie netton na dat,

Kalf en een koe,

Geef een eindje toe,

Kalf en stier,

Geef de seizing luer.

Maarten zong het zachtjes, nu ook moede. Men was reeds drie uur bezig.

„Uit,” zei Jan, zuchtend.

„Klaar,” zei de Kok, uit het ruim komend.

Scheepsseizing houdt u vast,

Morgen koop ik drie last, ’)

Drie last haring,

Een krebbe met een kading; *}

Schipper en stuurman hip En alle volk er by.

Een kwakkie *) haring op de last, ‘)

Dan slaat de wantnemer vast.

Een kwakkie over de rol,

Dan is de Jcannette gauw vol.

De schipper legde het eind van de reep vast om de stoomlier, die midden op het achterdek stond. Dan werd de reep langs de verschansing, voor de weeflijnen op den boeg gestuwd, tot zij in een diepe gleuf, de „kluis” vast lag. De schipper ging naar het roer,

1)    Een last haring cM. 14 tonnen.

2)    Kading d.i. extra-ruim.

3)    Kwakkie, d.i. extra-vanget,jo.

4)    Last, d.i. ruimte tusschen de krebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.