133
Hakingvleet in zee staande.
1, doorsnede zeevlak. % kluis, .9, reepkabel, 4, breel, 5, breel-touw, 6, seizings, 7, speerreep met kurken vloten, 8, net (staat rechtop in zeep 9. joon (breel mot vlag,) 10, een breel met touw.
„Wil jij je nmchiueklcp wel eens dicht houden, zoetwatermatroos ! ’ lachte de schipper. ,,Dat rijmpie maakt die Chinees zelf, Cheflie. Dat hoort er niet bij! Maar nou komen er mooie liedjes die er wèl bij hooren.”
„Geen gijntjes meer, Maarten, of ik zal gijntjes met mijn klomp maken onder je snuit.”
De zon was ondergegaan. De zee, donker, lag bedrukt onder een violetten sfeer. En in de hooge lucht blonk zacht de bleekzilveren volle maan. Aan den einder vaagden tal van schepen in het weeke duister.