Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



132

komisch kopje grimmig boven den rand van het luik, „hang ik je in den fok te drogen.”

„Aan ’t werk, kinderen, ’t is al laat”, riep de schipper.

„Die apen worden met de oudere menschen veel te particulier”, zei Kokkie tegen Willem. „Toen ik jongen was, had ik het niet gewaagd een volwassen mensch zoo te grazen te nemen.”

„Yoortgaan, Montevideo-broekje”, riep de visscher.

„Dat komt allemaal van de moderniteit”, morde Kokkie, wegduikend in zijn ruim.

„Vierde kwartier,

Brood en Bier”,

riep Maarten.

En het plonsen van de breels in ’t water ging weer voort.

Jan, doodmoede, zweetend, met zijn magere schuine schoudertjes, hoekig onder het baaien keezjak, zuchtte.

„Dat werk is te zwaar voor het kind, schipper,” zei Herman, die zelf dood-af, op de kajuitskap zittend, dubbel medeleed met den scheepsjongen.

„Dat is het leven, Cheftie. Als hij ’t niet kan, moet ie maar schoenmaker worden. Wil je schoenmaker worden, Jan ?”

„Nee, schipper”, zuchtte Jan, een forschen trek doende.

„’t Is gezond werk, Cheffie. Zoo moet hij zich harden ; ik was negen jaar toen ik reepschieter was. En Jan is al vijftien,”

„Vijfde kwartier, kwartiertje vijf.

Schippertje, schippertje, waar is je wijf?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.