Een droomer ter haringvangst

Titel
Een droomer ter haringvangst

Jaar
1894

Pagina's
276



106

voelde het lauw aan. Jan de reepschieter, had hem zijn toilet-zeep en zijn tandpoeder gebracht. Herman wilde zijn handen wasschen en doopte het stukje zeep in ’t water.

De schipper stond te knipoogen tegen den stuurman, die zijn pruim aanhoudend in den mond omgooide. Kokkie begon plotseling met een breeden, vollen lach, zijn mond open, dat zijn franje-baardje op zijn borst reikte, te lachen.

„Schuimt het niet, Cheffie?” vroeg de schipper. „Wat een stuk werk is dat!”

Herman, zich opeens herinnerend dat zeep in zout water niet schuimt, lachte mede. Het geval werd op het schip verder verteld. Uit het vooronder kwamen achtereenvolgens acht mannen om ook mee te lachen.

De schipper bracht Herman een kom met zoet water. Het was uit een tweede vat, minder bruin en minder riekend, maar vol zwevende deeltjes. Herman doopte zijn tandenborstel in ’t water, daarna tersluiks in het roode tandpoeder en begon zijn tanden te poetsen.

Thans was het zijn beurt van lachen. De visscliers, die nooit het gebruik van een tandenborstel gezien hadden, in een halven kring om hem heen, stonden verbaasd te kijken. En toen het roode water uit zijn mond kwam:

„Je bloeit, je mond bloeit. Je hebt je tandvleesch stukgestooten.”

Herman poetste door en met zijn roode mond: „Nou heb ik jelui te pakken.” En hij spoelde zijn mond en liet ze het borsteltje en het doosje met roode poeder zien. Zij moesten het in handen hebben; zij

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.