maar iets wat tegelijkertijd heel gevaarlijk was. Plotseling verschenen er vier SA-mensen die me wilden spreken.
“Wij weten, dat u gisteravond de laatste was die de zaak heeft verlaten. Vanmorgen hing het portret van onze Führer en rijkskanselier Adolf Hitler scheef. U wordt ervan verdacht de dader te zijn!”
“Ik heb er niets mee te maken”, antwoordde ik. ’s Ochtends had ik niet eens gezien, dat er met het bewuste portret iets niet in orde was.
Gelukkig was Georg Kempe in de buurt. Hij herkende in de aanvoerder van de SA-mannen de zoon van zijn sigarenboer en verzocht hem om voor een gesprek onder vier ogen in zijn kantoor te komen. Daarna vertrokken de SA-mannen onverrichter zake.
Ik deed mijn best om een andere baan als confectionair te vinden. Maar dat was moeilijk. Veel joodse bedrijven bevonden zich in benarde omstandigheden. Tenslotte nam ik een besluit. Het was de hoogste tijd om zelfstandig ondernemer te worden. Ik had de bedrieglijke hoop, dat de regering binnen afzienbare tijd zou vallen en wij ons leven weer ongehinderd zouden kunnen voortzetten.
Mijn collega Leo Wallach bood me een perspectief. “Mijn neef Ernst Wallach”, vertelde hij, zou zich graag in Berlijn vestigen. Hij werkt als inkoper voor een redelijk groot bedrijf in het Rijnland. Hij is de juiste man om een eigen confectiebedrijf mee te beginnen.
Bij onze eerste ontmoeting constateerde ik dat ik Ernst Wallach al kende uit de jaren twintig. Hij was klant bij Cohn, Walder & Co.
We werden het snel eens, over de wijze waarop wij te werk zouden gaan. “Aanvankelijk gaan we uitsluitend rokken fabriceren”, stelde ik voor. De productie ervan is minder kostbaar dan van mantels en de omzet is hoger.”
Ernst Wallach stemde in. We kwamen overeen als gelijke partners te gaan samenwerken, hoewel hij slechts drieduizend mark als basiskapitaal inlegde en ik tienduizend.
Op 1 oktober 1933 richtten wij de firma Lebram & Wallach op.
We huurden een kleine ruimte in de Jerusalemer Strasse 30. Onze start lukte. We maakten gebruik van onze zakelijke relaties en contacten, die we gedurende ons beroepsleven hadden opgebouwd. En omdat toen nog niet-joden bij ons mochten kopen, draaiden we met onze eerste collectie rokken en jasjes een goede omzet. We waren zuinig met personeel. We namen eerst alleen de magazijnmeester Zuckermann aan en een mannequin, Eva Dorn. Het kantoorwerk werd door mijn zus Vera gedaan.
De firma Lebram & Wallach maakte behoorlijke winst. Na een jaar ver-