3 maart 1945 zaterdag Amsterdam
We zijn weer thuis. Donderdag zijn we weg gegaan. Tante Tinie en Oom Han konden ons ook niet langer hebben, want het wordt nu overal zo’n beetje misère. Eerst hadden we akeligheid voor een wagentje, want we waren met een slee en een kinderwagen weg gegaan, maar toen we terug gingen, lag er geen sneeuw meer. Het stormde geweldig en de wind was koud. Greet ging op weg om ergens een wagen te lenen in de vaste veronderstelling dat Oom Sep vrijdag naar Heemstede ging. Greet slaagde met een wagen bij mevrouw van der Weyde. Genoemde dame had eerst veel bezwaren, maar toen Greet zei, dat we nog een kinderwagen bij ons hadden, kregen we de wagen mee. Deze moest de andere dag terug gebracht worden. Alles stond ingepakt en we togen op weg. Een hevige koude wind en het begon flink te regenen. Het afscheid van Oma was wel een beetje akelig. Die ging gelijk met ons weg naar Tante Tinie, waar ze nu weer ging logeren. We zouden net aan de grote weg komen, toen Cor aan Greet vroeg waar het brood lag. Het brood zei Greet, dat heb jij toch ingepakt. Greet werd aan de kant van de weg gezet, ik werd zo gedraaid dat ik uit de wind stond. Toen rende Kokkie achter Oma aan, want die had de sleutels en wij wachtten. Eerst kwamen er twee meisjes die naar Rottterdam moesten en vroegen of er ook een auto langs kwam. Greet wist het niet. Toen kwam er een schamel geklede jongeman in een oude koetsiersjas die vertelde dat hij zijn huis ontvlucht was, omdat er bij hem in de buurt een NSB’er vermoord was. Hij was bang voor represailles. Toen kwam er een Duitse dame, die het over de toestand had, die zo slecht en duur was. Greet zei tegen haar niet zoveel.Toen een indianenkreet die de stilte verscheurde en we zagen Cor. Van haar was het geluid afkomstig. Toen gingen we op stap. Het was inmiddels 11 uur geworden. We kwamen Oom E. tegen, even gepraat, gezwaaid, lang door hem nagekeken en door Haarlem naar de grote weg. Het karretje maakte een heidens lawaai, maar al onze bagage was erop. Een half mud aardappelen, prei, uien van Tante Tinie en Oom Han gekocht voor: schrik niet f. 600,-. Van Oom E. hadden we een zakje tarwe, een zakje aardappelmeel en een zakje groene erwten, die we vandaag hebben gegeten. Daarbij nog twee grote en een kleine koffer. Cor had dus vier koffers, een gewicht van ongeveer 300 pond. Greet duwde mij in de wagen, een deken onder me, een deken om me heen en de vacht op me. Een tas met tafelzilver van Mimi, twee broodkapstokjes en enige kleinigheden. Zo kwamen we onder veel lawaai op de Haarlemmerweg. De wind was inmiddels een orkaan geworden, maar wij hadden hem in de rug en full-speed ging het naar Halfweg. Het was donker en regenachtig en in zat lekker onder de kap en in de dekens. We waren blij dat het zulk slecht weer was, want iedere dag scheerden er vliegtuigen over Halfweg en mitrailleerden (beschoten) al de voertuigen. Een paard was de vorige dag dood geschoten en het bloed wees nog de plaats aan waar het ongeluk was geschied. In Halfweg waren nog al de ruiten
282