mondje. Als het erg lekker is dan zeg ik: lekker appelmoes, ziet het wat donker dan is het: lekker rooie kool. Ze vinden mij allemaal nog Hollands welvaren. Het is ook de grootste zorg voor Cor en Greet om mij alles nog zo’n beetje te geven. Ik ben dol op muziek en als meneer King speelt, dan steek ik mijn vingertje omhoog en zeg: hoor “ziek, Doggy”.
14 januari 1945 zondag
We hebben vandaag tweemaal luchtalarm gehad. Er zijn dan ook heel wat vliegtuigen over gevlogen, ondanks dat het hier boven Amsterdam vrij mistig was. Mimi was vandaag weer bij ons met Floortje en het gaf eerst heel wat consternatie. Floortje was bang en kroop in een hoek, bang voor de dingen die komen gingen.
De Russen hebben weer twee nieuwe offensieven geopend. Eén in Polen en één in Tjecho Slowakije. Waarschijnlijk ook nog in Pruisen. De Duitse radio is erg timide. Mimi vertelde van haar zwager, die in het verzekeringsbedrijf zit. Er was een begrafenisondernemer bij hem gekomen, omdat het hopeloos vast liep met het begraven van doden. Het begraven gebeurt in hoofdzaak met transportfietsen. Er komt wel een kist omheen, maar bij het neerlaten in het graf, mogen alleen de onderste plankjes onder het lijk blijven; er is geen hout meer. Het wordt een treurige boel.
Mimi moest steeds voorlezen van de “koning en de pins”, ik kreeg er maar niet genoeg van. We hebben heerlijk gegeten, witlof, twee kilo voor f. 6,- en lekker “vleesje”, waar ik zo dol op ben. Kokkie heeft voor de komende week lever besteld, we hopen maar dat het komt. Voor onze deur hier ligt een stuk brakke (braakliggende) grond, waar een plantsoen zal komen. Het wordt nu zo zoetjes aan een vuilnisbelt, want de vuilnisemmers worden zo goed als nooit geleegd.
15 januari 1945 maandag
AI weer de helft van de maand. De dagen vliegen, gelukkig maar, dan krijgen we tenminste weer lichte avonden.
De Russen zijn flink doorgebroken, wel een 70 km. We hopen dat dit succes mag hebben en dat aan al deze ellende spoedig een einde komt. Ik was vandaag erg vervelend, steeds “hebbe” en dan maar huilen. Toen heb ik op het laatst een paar tikken voor mijn bips gehad en moest ik in de hoek staan. Nu slaap ik even, het is middag en ik heb heerlijk gegeten; hutspot met “vleesje”. Ik heb een grote mensenportie op, want als het me smaakt, dan lust ik wel wat. Kokkie is naar meneer Van Deventer. Joke is er vandaag niet, die komt nu maar tweemaal per week met het oog op het eten. Wij kunnen Joke niet meer te eten geven, het is ellendig, maar het is zo.
265