naar Assen komen. Daar is voldoende eten, maar we moeten er helemaal naar toe lopen. Misschien dat Kokkie gaat met Tante Gonnie om te proberen eten te krijgen. We weten niet wat te doen en zullen nog even de kat uit de boom kijken. Eten zal er moeten komen, maar hoe weten we nog niet.
ij januari 1945 zaterdag
Greet is weer een beetje opgeknapt en schrijft dus in mijn boek. Al weer een kou gevat, wij mensenkinderen hebben totaal geen weerstand meer. Het ene is nog niet uitgeziekt of het andere staat weer klaar, zo heeft een ieder zijn ellende. Mevrouw King gaat s avonds met een kruik naar bed, maar is zo intens koud dat ze s morgens nog ijskoud opstaat. Diana King gaat waarschijnlijk naar de Wieringermeerpolder, naar een boer. Dat is op zichzelf al erg. Je weet niet of je elkander ooit nog eens terugziet.. Als het hier zo slecht blijft met de voedselvoorziening, dan zeker niet. Dorothy is ook weer ziek en valt steeds af. Meneer King weegt nog 102 pond, en dat voor een man. Er is op de Nassaukade een kleermaker die kostuums en jassen in zijn etalage heeft geplaatst om levensmiddelen te ruilen. Een kostuum voor een mud aardappelen. Ja, het is een gekke wereld. Meneer Hogenberk kon om zijn vrouw te begraven niet eens een volgrijtuig krijgen. Hij moest naar de Kruislaan lopen en de rouwkoets kwam in volle draf. Vroeger had men eerbied voor een dode, men had een lijkwagen en wel twintig lijkdragers en meelopers, en zoveel volgrijtuigen als men wilde. Men keek eerbiedig naar een dode en de meeste heren lichtten hun hoed. Nu gaat het in draf, want er is geen materiaal. Soms duurt het vier of vijf dagen eer men begraven kan worden. Al onze paarden en transportmiddelen zijn zo goed als verdwenen. Kokkie is een brood ruilen voor een pond vette kaas. Wij krijgen waarschijnlijk van de week brood. Cor heeft een paar bergschoenen in ruil gegeven voor een pond boter, een pond spek en vier broden. Ook zullen we mijn cape ruilen voor levensmiddelen. Cor heeft vanmorgen een mud aardappelen besteld voor f. 300,-. Het zal ons benieuwen of we ze krijgen. Aan het einde van deze maand gaan we naar Heemstede lopen. We zijn dan vier dagen bij Tante Tinie, die heeft gelukkig nog wel wat en dan vragen we aan Oom E. wat aardappelen mee. We hebben gelukkig nog wel wat warmte, dankzij Cor, die zo lekker hout uit de gebombardeerde school gestolen heeft. Mevrouw Schoonman huilde en Mimi dito. Beiden zitten al dagen in de kou. Mevrouw kan nog koken, Mimi niet meer en komt morgen bij ons eten. De Duitsers trekken in de Ardennen terug. Het zal nog een zeer zware strijd worden.
Wij bidden God dat het voor ons niet te lang mag duren, want dan komen wij er niet doorheen. In ieder geval smul ik nog heerlijk in alles en ik ben dol op bruine bonen. Die leg ik dan met mijn vingertje op mijn lepeltje en stop het zo in mijn
264