toch ben ik nog steeds bang voor ieder geluidje. Ik zeg direct auto, auto. Ook zeg ik bom, bom, doordat er een auto in brand vloog en explodeerde op het Roelof Hartplein. Alle ruiten stuk. Er zat waarschijnlijk explosieve stof in. Kokkie zag spierwit. Greet schrok ook, maar ik greep met mijn handjes aan de muur en zei: bom, bom. Cor en Greet zijn daar overheen gaan praten, maar ik vergeet het niet zo gemakkelijk. Greet heeft voor mij een boekje meegebracht met plaatjes. Ik ben er dol mee en zeg alles al na. Liesje, pop, Plukkie, Beertje, eitje, Pietje enz, enz. Het boekje moet ’s avonds mee lala doen. Ik ga ook zelf al in mijn stoeltje zitten, doe mijn hemdje omhoog en doe dan zelfstandig een plasje. Daar ben ik dan wat trots op.
22 december 1944 vrijdag
Het was vanmorgen schitterend mooi zonnig weer, naderhand werd het weer mistig. We zijn vroeg op stap gegaan en we zijn niet langs het Museumplein gegaan. Daar is het Duitse hoofdkwartier en we waren bang dat hier met zulk mooi weer wel eens een bom geplaatst kon worden. We hebben enige surrogaten gekocht, want die zijn er ook haast niet meer, enige levertabletten en kalktablet-ten. Het raakt allemaal op, er zijn haast geen medicamenten meer.
Van de week namen de Duitsers een pakhuis met vet in beslag op de Haarlemmerstraat. Het werd een waar tumult. De mensen braken los en lieten zich niet door de kogels afschrikken. Ze hadden honger en zagen de laatste levensmiddelen verdwijnen. Vandaag werd er een kar met aardappelen bestormd; de voerman werd van de bok geslagen en ze gingen er met drie zak van door. Nergens aardappelen of groente te krijgen. Er is voor vandaag een kaasbon en een vleesbon aangewezen; kaas is er, maar vlees nergens te krijgen. Zo zitten de mensen dus met de feestdagen met 1 ons kaas plus het rantsoen brood. Aardappelen zijn niet te krijgen. Wij kregen gelukkig van Oma een maaltje aardappelen mee en hebben vandaag soep en boerenkool gegeten. We hadden ook nog vlees besteld, maar er is nog niets, misschien morgen. Tante Maartje zou de eerste Kerstdag bij ons eten. Dat is zo het gebruik, maar het gaat van het jaar waarschijnlijk over. Het elektrische licht is vandaag afgesloten, maar wij redden ons gelukkig. De Duitse doorbraak is op twee plaatsen gestuit; toch ziet het er niet mooi uit en Greet maakt zich erg zenuwachtig. Het is ook ontzettend en de Duitsers is het al weer aan te zien. Overigens is er weinig belangrijks, alles is belangrijk en alles is onbelangrijk. We leven en wachten en hebben gelukkig nog geen honger, nog niet.
23 december 1944 zaterdag
Het is koud maar prachtig weer. In ons hart is droevenis, er is niets te krijgen. We hebben drie ons kaas, anderhalf ons volvet en anderhalf ons 20+. Er is geen
^55