het één en het ander meegemaakt. Alles bij elkaar is het leven op het ogenblik niet waard geleefd te worden. We zijn vanmorgen naar Oma geweest. Het was droog toen we van huis gingen, nadien heeft het steeds geplensd. Onze thuiskomst was prettig. Oom Sep was geweest en had een pakje van Tante Tinie achter gelaten met een stukje spek erin. Wij waren zeer verheugd. Spek kost op het ogenblik f. 35,- een pond. Het staat nu te koken, we nemen een stukje en de rest gaat in de zuurkool.
Er is een zeer groot offensief aan de gang over een front van 700 km, van de Zwitserse grens tot de Hollandse grens. Wij hopen dat er schot in zal komen. Wij hebben een brief van iemand gelezen uit Duitsland (clandestien), dat het daar ontzettend moet zijn. De mensen leven daar in bunkers en schuilkelders, iedereen moet werken, anders krijgt men daar geen eten; het moet ontzettend wezen.
We zitten nu bij de carbidlamp, maar het pitje wordt ook steeds kleiner en overdag had Greet geen gelegenheid (om te schrijven), we hopen morgen meer.
21 november 1944 dinsdag
We hebben vanmorgen weer een flinke wandeling gemaakt; eerst naar Oma op de Leidsegracht. Cor ging even naar de Lauriergracht en toen naar het Damrak. Daarna door de stad naar huis. Het was een hele tippel, maar dat is een goede training. Ik heb in mijn wagentje geslapen en toen ik wakker schrok was ik heel erg boos en heb gegild. Thuis kreeg ik zuurkool en toen naar bed. Ik werd huilend wakker en had een grote in mijn luier gedaan, wat ik heel erg vond. Greet en Cor hebben me toen gewassen. Toen heb ik weer een flink potje gehuild en eindelijk was het weer tijd om te eten. Ik kreeg een lekker stukje spek. Ik riep maar steeds: meer “vleesje”. Ik heb ook een kopje koffie gehad, dat vind ik heerlijk en ik mag het dan alleen uitdrinken. Nu lig ik weer in mijn bedje en ik geloof dat Klaas Vaak me al te pakken heeft.
Metz en Belfort zijn beide in geallieerde handen. Wij hopen dat ze nu gauw de Rijn over kunnen steken, dan zit er tenminste schot in.
23 november 1944 donderdag
Het was verschrikkelijk weer vanmorgen, toch zijn we uit geweest. Ik werd helemaal in een gummijas gewikkeld en zo gingen we met het wagentje op stap. Cor een grote cape om en Greet een regenjas over de bontjas aan. Beiden een muts op en daar ging het op stap. We wilden ook taaitaai hebben. Enkele winkels hadden dat. In hoeveel winkels wij geweest zijn dat steekt niet zo nauw,maar men had nergens taai. We zijn naar Mimi geweest. Mimi is wat chagrijnig de laatste tijd. Het is ook geen wonder, s morgens stook ze niet, want ze heeft geen kolen en krijgt dus ook niets warms. Toen zijn we bij Oma Draak geweest, die was ontzet
240