27 oktober 1944 vrijdag
Het is dampig weer geweest vandaag en later op de dag begon het ook nog te regenen. Onze kachel staat gelukkig. Cor heeft een gat in de schoorsteen gehakt en gelukkig is het allemaal goed gegaan. De smid heeft ons direct geholpen. Nu kunnen we tenminste koken, want het eten uit de centrale keuken moet zeer slecht zijn. Alles water, enfin, dat kan ook niet anders. Wat is er over gebleven van het eens zo trotse Nederlandse volk? Kinderen lopen op klompen of klompschoenen, met blote benen of sokjes. Heren lopen met rafels en stukken in hun broek, velen hebben niet eens sokken aan. De dames lopen zonder kousen, of de ene stop over de andere. Zo is het dito met ons ondergoed. De mensen rijden op fietsen zonder banden. De vrouwen en mannen duwen de gekste karretjes om hun levensmiddelen in huis te krijgen. De mannen sjouwen met brandstoffen, turf enz. De vrouwen sjouwen zakken met aardappelen op hun nek. De kinderen slepen met takken naar huis. De ouderen zie je weer hun tassen vol stoppen met kleinere takjes. We sjouwen en bedelen om alles. We geven kapitalen uit en krijgen er bijna niets voor. Als we het dan eindelijk voor ons dure geld hebben gekregen, gaan we verheugd naar huis, blij dat we het geluk hadden iets op de kop te tikken. De mensen gaan ’s morgens naar hun werk op schillenkarren of op bakfietsen, zonder banden, met houten wielen. Nu lopen we weer de zolen onder onze schoenen vandaan en kunnen deze dan weer laten maken voor f. 12,-. Sommigen gaan naar hun kantoor op rolschaatsen. Je ziet de gekste dingen en verwondert je nergens meer over. Driekwart van de Nederlandse bevolking gaat om acht uur naar bed en is dan meestal
’s nachts zeer vroeg wakker. Je moet dan blijven liggen want Er is geen licht.
’s Morgens gaan ze naar hun werk. De meesten zonder een kopje thee (theesur-rogaat). Er is geen gas, dus geen warm water; een kacheltje brengt men niet zo vlug op volle toeren. We weten niet meer waarvoor we leven. Ja, om te winnen, maar het wordt ons wel eens te moede. Over drie weken is er helemaal geen elektra meer zegt men. Wat de ziekenhuizen moeten beginnen, wij weten het niet. De Rode Kruisauto’s worden op een schandelijke manier misbruikt. Alles wordt erin weg gevoerd, wat absoluut tegen alles indruist.
In Hilversum en omgeving razzia’s op mannen, fietsen en auto’s. Men verwacht het ook hier. Ons spoorweg personeel is nog steeds in staking. Dit is een reuzenhandicap voor de Duitsers.
Tilburg is haast in geallieerde handen, net als Roosendaal en Bergen op Zoom. We zijn niet uit geweest vandaag. Ik heb heel veel fruit gegeten vandaag en zie er gelukkig heel goed uit.
233