praten en zijn toen weer naar bed gegaan. Cor liet mij een plasje doen. Ze had in de ene hand mijn po en in de andere een kaars.
De geallieerden zijn door de Siegfriedlinie heen gestoten. De Duitsers sloegen daar op de vlucht; een hevige aanval van vijf dagen maakte hieraan een einde. Men is nu op weg naar Keulen. Bij Dortmund/Emmen staat het kanaal over 27 km droog. Minister Gerbrandy, onze prime minister in Engeland is bang dat de Duitsers Holland nog verder onder water zullen zetten. Op enkele plaatsen is Amsterdam zo kwetsbaar, dat er gedeelten zijn waar ongeveer 6 meter water zou kunnen komen.
De Duitsers doen wanhopige pogingen om de brug bij Nijmegen op te blazen. Tot nu toe is dat niet gelukt. Ook is men weer versterkingen aan het aanbrengen bij Arnhem. In Zeeland maakt men vorderingen, ook in Brabant. Aan de Amsterdamse Superfosfaatfabriek was nog zout. Men deelde dit aan de arbeiders uit. Ieder kreeg ongeveer 10 kilo mee. Toen de Duitsers hiervan lucht kregen, heeft men daar iets overheen gespoten, zodat het voor consumptie niet meer geschikt is. Ze doen alle mogelijke moeite om ons zonder voedsel te zetten, misschien lukt hen dat nog. Suiker krijgen we ook niet meer. Cor heeft voor mij een nieuwe broek laten maken met twee ritssluitingen. Hij is mij een tikje te lang en ik ben gevallen precies op mijn neus, nu heeft Cor mijn neus in de zalf gezet. Mimi heeft vanavond bij ons gegeten en Loesje van Tante Thea heeft vanmorgen op de fiets een paar schoentjes voor mij gebracht. Ze moeten even gemaakt worden, lage witte schoentjes. Vanavond gaan Greet en Cor thee zetten in de thermosfles, anders hebben we morgenochtend niets. Het bad moeten we ook nog vol laten lopen, anders hebben we geen water. Greet is vandaag zowat de hele dag op geweest. Het was weer echt gezellig met ons drieën beneden. We hebben vanmorgen een echt kopje koffie gedronken. Tante Mimi heeft voor ons een fles echt bessensap meegebracht.
9 oktober 1944 maandag
Bij kaarslicht zit Greet in mijn dagboek te schrijven. We hebben geen licht meer. Het is nog geen half zeven en we zijn in de slaapkamer. Ik speel in het schemerduister, met wat flesjes, een kistje en mijn hond. Ik ben een dot, zo ontzettend lief en aanhankelijk. Greet en Cor zijn idolaat van mij. Ik kan ook zo heerlijk kussen en zo lief vragen of ik op “sootje” mag. Tante Tonnie heeft voor mij een pak biscuitjes mee gebracht. We zijn er erg blij mee. Woensdag krijg ik misschien een zusje, Tante Thea gaat het onderzoeken, of het gezond is. Als zij iets onder de leden heeft dan komt het niet, dat is te gevaarlijk voor mij. De moeder van het kindje is vanmiddag hier geweest en huilde. Zij zelf was ziek, maar moest er op uit. Ze bedelt langs de huizen om wat los te krijgen en de man is onderduiker.
224