Het kamp, dat nu beschreven wordt, was uitsluitend voor vrouwen ingericht. Volgens verschillende berichten is een groot aantal van deze kampen in het jaar 1944 in Duitsland opgericht. Deze kampen waren afhankelijk van het concentratiekamp Gross-Rosen bij Breslau.
Dit verslag is samengesteld door twee getuigen, waarvan de ene landbouwkundige was, geboren in 1913 en gevangen genomen te Parijs, vanwaar zij via het Franse doorgangskamp Drancy naar Auschwitz gestuurd werd, evenals haar metgezellin, een in 1909 geboren tandartsassistente. Het verslag is van November 1944. Vanuit Auschwitz werden zij naar Kratzau gestuurd en wisten van daar te ontvluchten.
INLEIDING.Ons kamp, dat 500 bewoners had, werd onlangs opgericht. Begin October bracht men er 200 Hongaarse vrouwen. Onze groep, bestaande uit 300 Franse en Hollandse, d.w.z. uit Frankrijk en Holland gedeporteerde vrouwen, kwam 3 November aan. Men verwachtte nog 500 vrouwen, maar haar komst werd uitgesteld, waarschijnlijk uit gebrek aan werk.
Het kamp bevond zich in Weisskirchen, drie a vier km. van Kratzau, in een oude verlaten textielfabriek; het was een stenen gebouw, dat voldoende verwarmd kon worden. Gedurende ons oponthoud in de maand December stookte men vrij onregelmatig; daar we echter met 250 personen in de slaapzaal waren, bevroren we niet. De slaapzalen waren groot genoeg en ieder had haar eigen bed met een stroozak. Theoretisch hadden we recht op twee dekens, maar omdat deze nog niet aangekomen waren, hadden we ieder slechts één deken. Tengevolge daarvan waren de vrouwen gedwongen in hun kleren te slapen en korte tijd, voor we weggingen, bemerkte men voor de eerste keer kleerluis in het kamp.
Er waren douches in het kamp, maar ’s morgens vroeg mocht men de zaal vóór het ontbijt niet verlaten, ’s Avonds wanneer men van de fabriek teruggekeerd was, moest men eerst op soep wachten. Na het avondeten was er slechts zeer zelden warm water. In ieder geval niet genoeg voor alle vrou-
97