de rijen gedund ! Gisteren een transporte van dertig ondergedokenen uit Rotterdam, ook Argentijnen. Daarbij was er een, die bij zijn aankomst hier papieren vond klaarliggen, waarbij hij tot Ariër wordt verklaard.
Hij kan zo weer naar huis terug, ongedeerd. Vanavond een transport van honderdtwintig Portugezen uit Amsterdam: wat men reeds zo lang gevreesd had is thans gebeurd: alle rasechte Portugezen in Westerbork geconcentreerd, evenals de volle Joden met vier rasechte Joodse grootouders. De Portugezen waren lang omtrent hun positie in het duister gelaten.
Ook nu nog verkeren zij in het duister en worden zij in de waan gelaten, dat zij naar Portugal, hun vroegere vaderland, waar zij zich met de Maranen vermengden, zullen worden teruggezonden. Natuurlijk fantasie: driehonderd jaar na hun vertrek, zonder dat zij, rasechte Hollanders geworden, ooit weer aan Portugal als hun vaderland terugdachten.
Maar zij hebben, nu de nood aan de man was, hun stamboom laten nagaan en lijvige documenten laten samenstellen om aan te tonen, dat zij nog altijd doorgewinterde Portugezen zijn. Zij lopen met lange lijsten met de prachtigste namen van hun voorouders in hun portefeuille.
Zij zijn ook hier de aristocraten onder de Joden, zeker wat de namen en de voornamen betreft. Het verluidt nu dat zij zaterdag a.s. met een speciaal transport, tezamen met de Hongaarse vrouwen, op reis gaan.
Ook de Ros-mannen, in weerwil van het feit, dat zij niet konden suppleren. Waarheen en met welk doel? Duisternis, zoals over alles wat met de Joden geschiedt, duisternis hangt. Dit keer zijn geen ‘groenen’ meegegaan, maar gewone politie. Een bewijs, zou men zeggen, dat het transport geen echt transport was, maar een reisgezelschap.
donderdag 3 februari Jan Ros heeft opnieuw zijn slag pogen te slaan. Gisteravond liet hij een dokter met een 120.000-stempel oproepen en eiste de som van negenduizend gulden als suppletie; anders ‘ontsperring'. Hij zat met een dikke, zware sigaar achter de tafel en zware gouden ringen met briljanten aan de vingers. Laat ons aannemen gekocht van de provisie van de opbrengst van 120.000-stempels. De dokter wees de eis af: onmacht, maar wees er tevens op dat hem niets kon gebeuren, daar hij Portugees was. De Portugezen, die gisteravond zijn aangekomen, zijn ondergebracht in barak 72, de barak der buitenlandse Joden, waar ook Turken en Roemenen liggen, evenals ‘Paraguayanen’. Dit wijst er op, dat zij als buitenlanders worden beschouwd. Ros heeft de dokter verder ongemoeid gelaten. Dezelfde dag heeft hij de Jood opgeroepen, die vierendertigduizend gulden had betaald, maar geen 120.000-stempel had gekregen en wie hij thans vijfenveertighonderd gulden vroeg ter supplering. De Jood beet vinnig van zich af en liet horen, dat hij later een relatie-stempel had gekregen zonder een cent daarvoor te storten.
267